ECLI:NL:RVS:2019:164
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- N. Verheij
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over evenementenvergunning en handhavingsverzoek in Bodegraven
Bij besluit van 9 mei 2017 verleende de burgemeester een evenementenvergunning aan een bedrijf voor een evenement op 30 juni en 1 juli 2017 in Bodegraven. Appellant betoogde dat het evenement in strijd was met het bestemmingsplan en dat er geen omgevingsvergunning was verleend. Het college wees het handhavingsverzoek af en verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, omdat het evenement al had plaatsgevonden.
De rechtbank vernietigde het besluit van 26 oktober 2017 wegens een bevoegdheidsgebrek, omdat het besluit was ondertekend door de gemeentesecretaris. De rechtsgevolgen van het besluit werden echter in stand gelaten wegens het ontbreken van procesbelang. Zowel appellant als het college stelden hoger beroep in.
De Afdeling oordeelde dat het bevoegdheidsgebrek terecht was vastgesteld en dat de rechtbank terecht de wegingsfactor 1 toepaste bij de proceskosten. Het betoog van appellant dat er wel procesbelang was vanwege een mogelijke herhaling van het evenement faalde, omdat het evenement in 2017 voor het eerst plaatsvond en de melding voor 2018 te vaag was om van een jaarlijks karakter te spreken. Inmiddels was echter gebleken dat het evenement in 2018 opnieuw op dezelfde locatie had plaatsgevonden, waardoor het repeterend karakter nu wel vaststaat.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de hoger beroepen van appellant en het college ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.