ECLI:NL:RVS:2019:1640
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- B.P.M. van Ravels
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nadeelcompensatie wegens voorzienbaarheid risico beëindiging prostitutie-exploitatie in A-kwartier Groningen
Appellante heeft een verzoek om nadeelcompensatie ingediend wegens het beëindigen van de exploitatie van prostitutie-inrichtingen in het A-kwartier te Groningen, waar zij panden verhuurde en exploitatievergunningen bezat. Het college van burgemeester en wethouders heeft dit verzoek afgewezen omdat het risico van nadeel voorzienbaar was vanaf de bekendmaking van het besluit in 2010.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond verklaard, waarbij werd vastgesteld dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij vóór de bekendmaking van het besluit in 2010 al exploitant of verhuurder was. Ook had zij het risico op nadeel aanvaard door na 2010 een exploitatievergunning te verkrijgen.
In hoger beroep betoogde appellante dat de rechtbank ten onrechte het verzoek om uitstel van de mondelinge behandeling had afgewezen en dat het risico pas vanaf 2016 als voorzienbaar moest worden beschouwd. De Afdeling oordeelde dat het risico al vanaf de bekendmaking in 2010 kenbaar was en dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd om aan te tonen dat zij vóór die datum actief was als exploitant of verhuurder.
Daarmee was het college terecht van oordeel dat appellante het risico had aanvaard en de schade voor haar rekening komt. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie bevestigd.