ECLI:NL:RVS:2019:1647
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- B.P.M. van Ravels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking dwangsombesluiten na legalisering carport in Helvoirt
In deze zaak gaat het om besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Haaren tot invordering van dwangsommen wegens het niet verwijderen van een betonvloer ten behoeve van een carport, die zonder vergunning was gerealiseerd op het perceel van een partij. Het college had aanvankelijk handhavend opgetreden en dwangsommen opgelegd en geïnd.
Later verleende het college alsnog een omgevingsvergunning voor de carport, waardoor de overtreding werd gelegaliseerd. Vervolgens trok het college de dwangsombesluiten en het handhavingsbesluit in. Appellant, de buurman, stelde dat het college niet bevoegd was tot intrekking en dat de vergunning onjuist was, maar deze bezwaren werden door de Afdeling bestuursrechtspraak verworpen.
De Afdeling oordeelde dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot intrekking op grond van artikel 6:19 Awb Pro, dat de legalisering de basis vormde voor intrekking, en dat de bezwaren van appellant tegen de vergunning niet in deze procedure aan de orde konden komen. Het incidenteel hoger beroep en het beroep werden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de dwangsombesluiten na legalisering van de carport wordt bevestigd en het beroep en incidenteel hoger beroep worden ongegrond verklaard.