ECLI:NL:RVS:2019:1648

Raad van State

Datum uitspraak
22 mei 2019
Publicatiedatum
22 mei 2019
Zaaknummer
201805132/1/A3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens misbruik van recht bij informatieverzoek

In deze zaak heeft appellant beroep ingesteld tegen een beslissing van het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht inzake een verzoek om informatie. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling overwoog dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellant misbruik van recht heeft gemaakt. Dit oordeel werd mede gebaseerd op eerdere uitspraken waarin vergelijkbare feiten aan de orde waren en waarin hetzelfde misbruik van recht werd vastgesteld. Tevens werd meegewogen dat op dezelfde dag meerdere zaken van appellant werden behandeld met eenzelfde oordeel.

Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 22 mei 2019 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens misbruik van recht bevestigd.

Uitspraak

201805132/1/A3.
Datum uitspraak: 22 mei 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 3 mei 2018 in zaak nr. 17/2879 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht.
Procesverloop
Bij uitspraak van 3 mei 2018 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep betreffende een door hem aan het college gericht verzoek om informatie niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 mei 2019, waar [appellant] is verschenen.
Overwegingen
1.    De rechtbank heeft haar beslissing in de aangevallen uitspraak gebaseerd op het oordeel dat [appellant] misbruik van recht heeft gemaakt. Hetgeen [appellant] in hoger beroep naar voren brengt, biedt geen aanleiding om de aangevallen uitspraak onjuist te achten. Hierbij is van belang dat de Afdeling in de uitspraken van 31 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3556, ECLI:NL:RVS:2018:3555, ECLI:NL:RVS:2018:3559, ECLI:NL:RVS:2018:3553 en ECLI:NL:RVS:2018:3558 en 6 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3310 heeft geoordeeld dat [appellant] in de desbetreffende zaken misbruik van recht heeft gemaakt. De feiten in die zaken zijn vergelijkbaar met de feiten in de thans voorliggende zaak. Voorts is van belang dat op dezelfde dag als deze zaak zeven andere zaken van [appellant] ter zitting door de Afdeling zijn behandeld. In de uitspraken van vandaag wordt in deze zaken hetzelfde overwogen als in deze zaak.
2.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Ley-Nell, griffier.
w.g. Borman    w.g. Ley-Nell
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2019
597.