ECLI:NL:RVS:2019:1651
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks betwisting dienstverband en financiële situatie
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde appellant een boete van €4.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) omdat appellant een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning arbeid liet verrichten in zijn kapsalon.
Appellant voerde aan dat de vreemdeling slechts aanwezig was met het oog op overname van de onderneming en dat er geen dienstverband bestond. Ook stelde appellant dat de boete gematigd had moeten worden vanwege de slechte financiële situatie van zijn onderneming.
De rechtbank oordeelde dat appellant terecht als werkgever werd aangemerkt en dat de financiële situatie onvoldoende was aangetoond om matiging te rechtvaardigen. De Raad van State bevestigt dit oordeel, wijst het hoger beroep af en ziet geen reden voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €4.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en wijst het hoger beroep af.