ECLI:NL:RVS:2019:166
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder bestuursdwang voor verwijderen ligplaatsen trimaran en woonschip in Bornissehaven
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het opleggen van een last onder bestuursdwang door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam bevestigde. Het college had appellant gesommeerd zijn trimaran en woonschip binnen 28 dagen te verwijderen omdat deze zonder toestemming ligplaatsen innamen in de Bornissehaven, in strijd met de Havenbeheersverordening Rotterdam 2010.
Appellant stelde dat hij mondeling of stilzwijgend toestemming had gekregen en dat het college het tegendeel moest bewijzen. Ook voerde hij aan dat handhaving onevenredig was gezien het lange tijdsverloop en zijn aanbod om de ligplaatsen te verlaten. De Afdeling oordeelde dat het enkele innemen van een ligplaats niet impliceert dat toestemming is verleend en dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat geen toestemming was gegeven.
Verder werd overwogen dat het college in beginsel bevoegd is om bestuursdwang toe te passen bij overtreding van een wettelijk voorschrift en dat het langdurig innemen van ligplaatsen geen bijzondere omstandigheid vormt om daarvan af te zien. Ook de eerdere strafrechtelijke veroordelingen van appellant en eerdere aanmaningen ondersteunen het handhavend optreden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder bestuursdwang wordt bevestigd.