ECLI:NL:RVS:2019:1673
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek om informatie over politieopvragingen persoonsgegevens
De appellant verzocht de korpschef om informatie over de 427 keer dat zijn persoonsgegevens in de Basisregistratie Personen (Brp) door de politie waren opgevraagd tussen 2008 en 2016. De korpschef wees dit verzoek af, stellende dat het politiesysteem automatisch gegevens verifieert via de Brp zonder registratie van de reden of achtergrond van de opvragingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de gevraagde gegevens niet bestaan en dus niet verstrekt kunnen worden. Appellant voerde aan dat de politie onrechtmatig handelde en dat zijn privacy werd geschonden, en verzocht om aanvullende informatie en een dwangsom.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de automatische koppeling tussen het politiesysteem en de Brp verklaart waarom de gegevens vaak werden opgevraagd, en dat de gevraagde specificaties niet worden geregistreerd. De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 22 mei 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om informatie bevestigd.