ECLI:NL:RVS:2019:1678
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen vernietiging besluit mvv door rechtbank
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) afgewezen. Tegen deze afwijzing werd bezwaar gemaakt, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling en referent gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij in afwachting van het hoger beroep niet hoefde te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank niet strekte tot het verlenen van de mvv en dat uitvoering van de uitspraak geen onherstelbare gevolgen zou hebben. Ook was er geen sprake van een onevenredige inspanning voor de staatssecretaris. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling en referent.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.