ECLI:NL:RVS:2019:1691
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in vreemdelingenbewaring: vernietiging en schadevergoeding toegekend
Bij besluit van 22 februari 2019 werd de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep tegen deze maatregel op 25 maart 2019 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de klachten over de staandehouding, overbrenging en ophouding gegrond zijn, zoals reeds in een gerelateerde zaak was vastgesteld.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep tegen het bewaringbesluit gegrond en bepaalde dat de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van de uitspraakdatum wordt opgeheven. Tevens werd een schadevergoeding van €7.360 toegekend voor de periode van 20 februari tot en met 22 mei 2019 en werden proceskosten van €1.792 aan de vreemdeling toegekend.
De minister van Justitie en Veiligheid werd veroordeeld tot betaling van deze kosten. Hiermee werd het onrechtmatig vasthouden van de vreemdeling erkend en financieel gecompenseerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de vreemdelingenbewaring opgeheven en een schadevergoeding toegekend.