ECLI:NL:RVS:2019:1693
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris heeft op 26 september 2017 de aanvragen van vreemdelingen om een machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen. Hiertegen maakten de vreemdelingen en referent bezwaar, dat op 19 april 2018 ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd het beroep bij de rechtbank Den Haag op 8 februari 2019 eveneens ongegrond verklaard. De vreemdelingen en referent stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad wees hen op de verschuldigdheid van griffierecht en stelde een betalingstermijn. Ondanks meerdere aanmaningen en een uiterste betalingstermijn van 16 april 2019, werd het griffierecht niet voldaan. De vreemdelingen en referent voerden geen gegronde redenen aan voor het niet betalen, ook niet dat een gemeenteambtenaar de betaling niet correct had verwerkt.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep daardoor kennelijk niet-ontvankelijk was en wees het beroep af zonder proceskostenveroordeling. Het vonnis werd uitgesproken door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.