ECLI:NL:RVS:2019:1699
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning Natuurbeschermingswet wegens onvolledige projectbeoordeling weiden en bemesten
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel verleende op 18 juli 2014 een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 aan een veehouderij te Welsum. De Vereniging Leefmilieu maakte bezwaar tegen dit besluit, met name omdat het weiden van vee en het bemesten van gronden niet in de vergunning waren betrokken, terwijl deze activiteiten volgens haar samen met het houden van vee in stallen één project vormen dat in samenhang beoordeeld moet worden.
Het college verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat het houden van vee in stallen en het bemesten van gronden niet onlosmakelijk samenhangen en dat geen aanleiding bestond om emissies van het weiden te beoordelen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat het college onterecht het weiden van vee buiten beschouwing liet, omdat het verleende stalsysteem volgens de geldende regeling het weiden impliceert en deze activiteiten samen één project vormen.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 19d van de Nbw 1998 en de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Het college moet de vergunningaanvraag aanvullen en de gevolgen van het gehele project, inclusief weiden en bemesten, beoordelen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de Vereniging Leefmilieu.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onvolledige beoordeling van het gehele project inclusief het weiden van vee.