ECLI:NL:RVS:2019:1701
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit en toekenning proceskostenvergoeding inzake Nbw-vergunning melkveehouderij
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht verleende een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 aan een melkveehouderij te Harmelen. Coöperatie Mobilisation for the Environment (MOB) stelde dat het weiden van vee onterecht niet in de vergunning was betrokken, omdat het houden van vee in stallen en het weiden één project vormen dat in samenhang beoordeeld moet worden. Het college stelde dat het weiden van vee niet onlosmakelijk samenhangt met het stallen en dat het weiden van vee zonder vergunning kan plaatsvinden op grond van een uitzondering in het Besluit vergunningen Nbw 1998.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht geen vergunning voor het weiden van vee had verleend omdat het stalsysteem impliceert dat het vee permanent op stal staat. Indien het vee wordt beweid, gebeurt dat in strijd met de vergunning. De uitzondering op de vergunningplicht voor het weiden van vee zoals opgenomen in regionale verordeningen is onverbindend. Daarnaast stelde MOB dat het college ten onrechte de vergoeding van de kosten in bezwaar had afgewezen.
De Afdeling stelde vast dat het beroep gegrond is en vernietigde het besluit voor zover het de kostenvergoeding betreft. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de redelijke kosten van bezwaar en beroep, inclusief het griffierecht. Hiermee werd het belang van een juiste kostenvergoeding bij bestuursrechtelijke procedures benadrukt.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het college is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan MOB.