ECLI:NL:RVS:2019:1702
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning veehouderij wegens onjuiste beoordeling weiden vee
Bij besluit van 2 februari 2016 verleende het college een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 voor een veehouderij te Valkenswaard. Deze vergunning werd vervangen door een besluit van 20 maart 2017 op basis van de Wet natuurbescherming. Appellanten stelden beroep in tegen beide besluiten.
De Raad van State oordeelt dat het beroep tegen het besluit van 2 februari 2016 niet-ontvankelijk is, omdat dit besluit door het latere besluit is vervangen en geen belang meer heeft. Het beroep tegen het besluit van 20 maart 2017 is gegrond. Het college had het weiden van vee moeten betrekken bij de vergunningverlening, aangezien het weiden onlosmakelijk samenhangt met het houden van vee in stallen en daarmee één project vormt.
Het college had ten onrechte het weiden van vee uitgesloten van de vergunningplicht op grond van een regionale verordening, die in strijd is met hoger recht (de Habitatrichtlijn). De vergunning is daarom vernietigd en het college is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Voordat een nieuw besluit wordt genomen, moet het college de aanvrager in de gelegenheid stellen de aanvraag aan te vullen met gegevens over het gehele project.
Uitkomst: Het besluit van 20 maart 2017 wordt vernietigd omdat het college het weiden van vee ten onrechte niet heeft betrokken bij de vergunningverlening.