ECLI:NL:RVS:2019:1706
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vergunningverlening veehouderij wegens onjuiste toepassing PAS
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende aanvankelijk een vergunning voor een veehouderij in Polsbroek. Na bezwaar verklaarde het college de vergunningaanvraag niet-ontvankelijk omdat de stikstofdepositie onder de grenswaarde van 1 mol N/ha/jr zou blijven, op basis van het Programma Aanpak Stikstof (PAS).
Appellanten, Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. en Vereniging Leefmilieu, stelden dat deze uitzondering op de vergunningplicht in strijd is met de Habitatrichtlijn omdat de passende beoordeling van het PAS niet aan de eisen van artikel 6 voldoet Pro. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit oordeel en verklaarde het relevante besluit onverbindend.
Daarmee kon het college zich niet beroepen op de uitzondering voor activiteiten met stikstofdepositie onder de grenswaarde. Het bestreden besluit werd vernietigd omdat het in strijd was met artikel 19d van de Nbw 1998 en artikel 7:12 van Pro de Awb. De zaak werd terugverwezen naar het bevoegde college van gedeputeerde staten van Utrecht voor een nieuwe beslissing. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de vergunning wordt vernietigd.