ECLI:NL:RVS:2019:1715
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor aanleg parkeerplaatsen ondanks bestemmingsplan 'Groen'
De zaak betreft een hoger beroep van een appellant die bezwaar maakte tegen de verlening van een omgevingsvergunning door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam voor het realiseren van twee parkeerplaatsen op een strook grond met de bestemming 'Groen'. Het college had het verzoek tot handhavend optreden afgewezen omdat er concreet zicht op legalisering bestond.
De rechtbank had geoordeeld dat het college bevoegd was de vergunning te verlenen op grond van artikel 4, lid 8, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, omdat het hier ging om een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied. De appellant stelde dat de parkeerplaatsen bedoeld waren voor bouwverkeer en dat het gebruik niet voortgezet was, maar dit werd verworpen.
Verder voerde de appellant aan dat de vergunning onterecht was verleend omdat er geen behoefte aan de parkeerplaatsen zou zijn en dat de belangen niet juist waren afgewogen. De Raad van State oordeelde dat het college de behoefte aan parkeerplaatsen voor bezoekers in redelijkheid had vastgesteld, dat alternatieven onvoldoende passend waren en dat de belangenafweging standhield.
Een nieuw aangevoerde grond over het ontbreken van tekeningen bij de vergunning werd buiten beschouwing gelaten omdat deze niet eerder was ingebracht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor twee parkeerplaatsen wordt bevestigd.