ECLI:NL:RVS:2019:1716
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving tegen gebruik winkelruimte als souvenirwinkel in strijd met bestemmingsplan
Het algemeen bestuur van de bestuurscommissie voor stadsdeel Centrum legde [bedrijf B] een last onder dwangsom op om het gebruik van de winkelruimte aan [locatie] te Amsterdam als souvenirwinkel te staken, omdat dit in strijd was met het bestemmingsplan "Westelijke binnenstad". De winkel verkocht onder meer kleding van het merk "Amsterdam Design" waarop alleen de merknaam "Amsterdam" stond, naast andere souvenirs.
De rechtbank verklaarde het beroep van [bedrijf B] ongegrond en oordeelde dat deze kleding ook als souvenir moest worden aangemerkt, waardoor het gebruik van de winkelruimte als souvenirwinkel in strijd was met het bestemmingsplan. [bedrijf B] ging in hoger beroep tegen dit oordeel.
De Raad van State overwoog dat de context waarin de kleding wordt aangeboden van belang is en dat het woord "Amsterdam" op de kleding weliswaar een merknaam is, maar dat dit niet doorslaggevend is. De kleding heeft een dubbel karakter en kan als souvenir worden gezien, mede omdat de winkel ook veel andere souvenirs verkoopt. Het college was daarom bevoegd handhavend op te treden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving tegen het gebruik van de winkelruimte als souvenirwinkel bevestigd.