ECLI:NL:RVS:2019:172
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- D.A.C. Slump
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering onderzoekdeel wetenschappelijk onderwijs aan hogeschool NHTV
De Stichting Breda University of Applied Sciences (voorheen NHTV) voerde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, die het beroep van NHTV tegen de weigering van de minister om een onderzoekdeel wetenschappelijk onderwijs (wo) toe te kennen, ongegrond verklaarde. De minister kende NHTV voor 2016 een rijksbijdrage toe voor het onderwijsdeel wo, maar niet voor het onderzoekdeel wo.
NHTV betoogde dat zij als hogeschool die wo-opleidingen verzorgt ook aanspraak zou moeten maken op het onderzoekdeel wo, conform artikel 2.6 WHW dat bekostiging naar gelijke maatstaven voorschrijft. De rechtbank oordeelde dat de wetgever met de wijziging van de WHW in 2004 bewust onderscheid maakte tussen universiteiten en hogescholen, waarbij het onderzoekdeel wo exclusief aan universiteiten is voorbehouden.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel. De kerntaak van universiteiten blijft het verzorgen van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, terwijl hogescholen hoofdzakelijk hbo verzorgen. De door NHTV aangevoerde gelijkheidsgrondslag faalt omdat hogescholen die wo-opleidingen verzorgen dit op vrijwillige basis doen en niet vergelijkbaar zijn met universiteiten. Ook het beroep op de discretionaire bevoegdheid van de minister om een extra bijdrage toe te kennen wordt verworpen, omdat deze niet bedoeld is om de wettelijke systematiek te doorbreken.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat NHTV geen onderzoekdeel wetenschappelijk onderwijs ontvangt omdat dit exclusief aan universiteiten is voorbehouden.