ECLI:NL:RVS:2019:1724
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering handhaving dakkapel wegens onvoldoende motivering
Bij besluit van 21 februari 2017 wees het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het verzoek van een vereniging om handhavend op te treden tegen een dakkapel af. De vereniging maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, welke het beroep ongegrond verklaarde. De vereniging stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateert dat de gerealiseerde dakkapel niet overeenkomt met de verleende omgevingsvergunning, waardoor het college bevoegd is handhavend op te treden. Het college had echter geweigerd dit te doen, onder meer omdat een omgevingsvergunning voor een vergelijkbare dakkapel zou kunnen worden verleend en de hinder voor de vereniging beperkt zou zijn.
De Afdeling oordeelt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het niet handhavend optreedt, vooral omdat de afwijking niet gering is en de vereniging aantoonbare hinder ondervindt. Bovendien kan de vereniging geen rechtsmiddelen inzetten tegen een eventuele vergunningverlening omdat geen aanvraag is ingediend. Daarom vernietigt de Afdeling het besluit en verklaart het hoger beroep gegrond.
Het college wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.048,00 aan de vereniging. De uitspraak van de rechtbank wordt eveneens vernietigd en het beroep bij de rechtbank wordt alsnog gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van handhaving wordt vernietigd.