ECLI:NL:RVS:2019:1738
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhaving bouwactiviteiten perceel in Rotterdam
In deze zaak heeft appellant het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verzocht handhavend op te treden tegen vermeende overtredingen van bouwregels op een perceel in Rotterdam. Het college wees dit verzoek in eerste instantie af, waarna gedeeltelijk herziening volgde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De perceelafscheiding is niet hoger dan 2 meter gemeten vanaf het afgewerkte terras, dat als referentie geldt omdat de ophoging noodzakelijk was voor een vergunde uitbouw. De rechtbank oordeelde terecht dat hiervoor geen omgevingsvergunning vereist is en het college dus niet bevoegd was tot handhaving.
Het tuinhuis is volgens de rechtbank vergunningvrij omdat het binnen de oppervlaktegrens van 150 m2 voor bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied blijft, ook als de garage wordt meegeteld. Hoewel het tuinhuis buiten de achtergevelbouwgrens is gebouwd en daarmee strijdig is met het bestemmingsplan, staat dit het vergunningvrije karakter niet in de weg. De Afdeling volgt dit oordeel en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.