ECLI:NL:RVS:2019:1742
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- B.P.M. van Ravels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwstop en last onder dwangsom voor bouwactiviteiten zonder vergunning
Appellant voerde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland die een bouwstop en last onder dwangsom bevestigde opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Den Helder. Het college had appellant gelast om alle bouwactiviteiten op de betonvloer naast de garage en op het dak van de garage te staken omdat hiervoor geen omgevingsvergunning was verleend.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de bouwactiviteiten op de betonplaat en op de garage/berging vergunningplichtig zijn en dat appellant niet over de benodigde vergunningen beschikte. Ook het betoog van appellant dat de hoogte van het maaiveld onjuist was bepaald en dat hij mocht vertrouwen op vergunningvrij bouwen werd verworpen.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bouwstop en last onder dwangsom worden bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.