ECLI:NL:RVS:2019:175
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toevoeging rechtsbijstand wegens overschrijding heffingsvrij vermogen
Appellante kreeg een toevoeging voor rechtsbijstand in een procedure over schade aan haar woning, die eindigde in een schikking van €24.000. De raad trok de toevoeging met terugwerkende kracht in omdat het ontvangen bedrag meer was dan 50% van haar heffingsvrije vermogen. Appellante voerde aan dat zwaarwegende omstandigheden, zoals financiële problemen door hoge advocaatkosten en onjuiste bijstand, zich tegen de intrekking verzetten.
De rechtbank oordeelde dat alleen het resultaat van de zaak telt en dat de omstandigheden van appellante geen zwaarwegende omstandigheden vormen. De Raad van State bevestigt dit oordeel en stelt vast dat de schikking daadwerkelijk is betaald, waardoor de vordering niet oninbaar is. De aangevoerde argumenten van appellante, waaronder de duur en wijze van de procedure en de hoogte van de kosten, zijn onvoldoende om de intrekking te verhinderen.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het besluit van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee blijft de intrekking van de toevoeging en de terugvordering van de advocaatkosten in stand.
Uitkomst: De intrekking van de toevoeging voor rechtsbijstand wordt bevestigd omdat het resultaat hoger was dan 50% van het heffingsvrije vermogen zonder zwaarwegende omstandigheden.