ECLI:NL:RVS:2019:1752
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en vergoeding bij handhavingsbesluit stalling caravans in kassen te Huissen
Het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard legde aan appellant A en appellant B een last onder dwangsom op om het stallen van caravans in hun kassen te staken, omdat dit in strijd is met het bestemmingsplan "Buitengebied Lingewaard". De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten tegen dit besluit ongegrond. Appellanten gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college bevoegd is tot handhaving, maar dat in dit geval onvoldoende is gemotiveerd waarom het college niet heeft afgezien van handhavend optreden, terwijl appellanten aannemelijk maakten dat zij deelnemen aan een living lab-project gericht op innovatieve tuinbouw en dat de caravanstalling noodzakelijk is tot medio augustus 2020. De rechtbank had dit onvoldoende betrokken bij haar oordeel.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college van 10 april 2018, en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellanten. Hiermee werd het handhavingsbesluit op dit punt teruggedraaid.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het handhavingsbesluit vernietigd en het college veroordeeld tot proceskostenvergoeding.