ECLI:NL:RVS:2019:1765
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing extra uren rechtsbijstand in hogerberoepsprocedure boedelverdeling
In deze zaak heeft de raad voor rechtsbijstand een aanvraag van Gulickx om extra uren rechtsbijstand voor een hogerberoepsprocedure over een boedelverdeling afgewezen. De aanvraag betrof 33 extra uren vanwege vermeende complexiteit in de procedure. De raad oordeelde dat er geen sprake was van een bewerkelijke zaak, omdat de rechtsvragen niet uitzonderlijk waren en het procesverloop in hoger beroep niet langdurig of bijzonder was.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep van appellant A en Gulickx ongegrond. In hoger beroep voerden zij aan dat er diverse onenigheden waren over de waardering en verdeling van de gezamenlijke woning, hypothecaire lening en inboedelgoederen, en dat er juridische complexiteit bestond. Ook wezen zij op het feit dat in eerste aanleg wel extra uren waren toegekend.
De Raad van State overwoog dat verschil van mening over waardering en verdeling niet leidt tot feitelijke complexiteit en dat het forfaitaire karakter van het toevoegingenstelsel niet automatisch extra uren in hoger beroep rechtvaardigt. De raad had voldoende beoordelingsruimte en het besluit was niet in strijd met het zorgvuldigheids- of motiveringsbeginsel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van extra uren rechtsbijstand bevestigd.