ECLI:NL:RVS:2019:1766
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- D.J.C. van den Broek
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling ernstige bodemverontreiniging zonder spoedige sanering
Het college van burgemeester en wethouders van Helmond stelde op 10 juli 2018 vast dat zich op de voormalige locatie van de fabriek Robur een geval van ernstige bodemverontreiniging bevindt, maar dat spoedige sanering niet noodzakelijk is. Nedschroef Helmond B.V., eigenaar van een aangrenzend perceel dat wel spoedig gesaneerd moet worden, stelde beroep in tegen deze beslissing uit vrees voor saneringskosten.
De Raad van State overwoog dat het college de omvang van de verontreiniging juist had vastgesteld op 56.350 m3, waarbij rekening was gehouden met vermenging van verontreiniging op de perceelsgrenzen. Nedschroef stelde dat de omvang onderschat was en dat 24.000 m3 onterecht niet was toegerekend aan het geval van verontreiniging op de locatie Robur, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt.
Verder oordeelde de Raad dat het college terecht had vastgesteld dat er geen actueel verspreidingsrisico is dat spoedige sanering noodzakelijk maakt, mede omdat de bron van verontreiniging is verwijderd en de verspreiding afneemt. Nedschroef kon dit niet met concrete argumenten weerleggen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van Nedschroef tegen het besluit dat spoedige sanering niet noodzakelijk is, wordt ongegrond verklaard.