ECLI:NL:RVS:2019:1782
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J. Hoekstra
- J. Kramer
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Rechtszekerheid en voorwaarden rietbeheer in beheerplan Natura 2000 De Wieden en Weerribben
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel stelde op 4 april 2017 het beheerplan "De Wieden en Weerribben" vast, waarin rietbeheer in de Natura 2000-gebieden wordt gereguleerd. Appellanten, die riet oogsten en beheren in deze gebieden, voerden bezwaar aan tegen het beheerplan omdat zij hun werkzaamheden ongewijzigd willen voortzetten zonder vergunningplicht of beperkingen.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de appellanten gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling onderzocht of het beheerplan voldoende rechtszekerheid biedt over de voorwaarden waaronder rietbeheer zonder vergunning kan plaatsvinden. Hierbij werd vastgesteld dat het beheerplan onduidelijk is over de periode en voorwaarden voor deelactiviteiten zoals maaien, kammen en bundelen van riet.
De Afdeling concludeerde dat het beheerplan in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en dat het college binnen 26 weken de voorwaarden moet verduidelijken en het besluit moet herstellen. Tevens werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte uitspraak deed over schadevergoeding, omdat dit in een aparte procedure moet worden behandeld. De procedure is met deze tussenuitspraak nog niet afgerond.
Uitkomst: Het beheerplan is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en het college wordt opgedragen het besluit binnen 26 weken te herstellen.