ECLI:NL:RVS:2019:1792
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening opschorting uitvoering uitspraak verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 28 maart 2019 besloten een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris om binnen vier weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek hield in dat de staatssecretaris in afwachting van de uitspraak op het hoger beroep geen uitvoering hoefde te geven aan de uitspraak van de rechtbank, waardoor de overdrachtstermijn van de Dublinverordening werd opgeschort.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zou blijven. Gezien de belangen van beide partijen werd het verzoek van de staatssecretaris toegewezen. Er werd bepaald dat de minister van Justitie en Veiligheid geen nieuw besluit hoeft te nemen voordat op het hoger beroep is beslist, en de overdrachtstermijn werd opgeschort vanaf de dag na de uitspraak.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.Th. Drop in aanwezigheid van griffier D. van Leeuwen op 29 mei 2019.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor de staatssecretaris geen nieuw besluit hoeft te nemen totdat het hoger beroep is beslist.