ECLI:NL:RVS:2019:1851
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ambtshalve bepaling uitzetting vreemdeling
De vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep tegen het besluit van de staatssecretaris ongegrond verklaarde. De staatssecretaris had geweigerd om ambtshalve te bepalen dat de uitzetting van de vreemdeling niet zou plaatsvinden, op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De Raad van State heeft overwogen dat een brief van een medisch instituut over de beschikbaarheid van medische zorg in Afghanistan, die na de uitspraak van de rechtbank was uitgebracht, niet in de beoordeling wordt betrokken omdat deze niet tijdig was ingediend. Het hoger beroep bevatte geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De staatssecretaris wordt erop gewezen dat bij daadwerkelijke uitzetting de medische situatie opnieuw beoordeeld moet worden aan de hand van de nieuwe brief.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.