ECLI:NL:RVS:2019:1869
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens eigen aandeel slachtoffer
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven na mishandeling. De commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wees de aanvraag af wegens eigen aandeel van appellant, omdat hij een minderjarig meisje gedurende langere tijd verborgen hield en bewust contact bleef onderhouden ondanks dreigmails en onrust.
De rechtbank oordeelde dat appellant zich onnodig in een situatie heeft gebracht waarin geweld te verwachten was, en dat de CSG de uitkering terecht kon weigeren. Appellant stelde in hoger beroep dat er geen eigen aandeel was en dat de bestuursrechter zich niet als strafrechter mocht opstellen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het oordeel van de rechtbank. De CSG mocht aannemen dat appellant het geweld had kunnen en moeten voorkomen en dat het eigen aandeel aannemelijk was. De afwijzing van de uitkering is passend gelet op de ernst van het verwijt en de aard van het letsel. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De afwijzing van de uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens eigen aandeel van appellant wordt bevestigd.