ECLI:NL:RVS:2019:187
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A.C. Slump
- J. Hoekstra
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Prinsenland wegens onredelijke parkeerbestemming
De raad van de gemeente Rotterdam stelde op 11 januari 2018 het bestemmingsplan Prinsenland vast. Hiertegen stelden twee appellanten beroep in: appellant sub 1 betoogde dat de bestemming "Tuin - 3" op een grindstrook voor zijn woning onredelijk was omdat parkeren daar niet was toegestaan, terwijl dit feitelijk al jaren gebeurde. De raad stelde dat parkeren op eigen terrein elders mogelijk was en handhaving niet prioriteit had. De Afdeling oordeelde dat de gevolgen voor appellant sub 1 onevenredig waren en dat de raad niet in redelijkheid een uniform planologisch regime boven zijn belangen mocht stellen. Het beroep van appellant sub 1 werd gegrond verklaard.
Appellante sub 2 voerde onder meer aan dat haar belangen als ontwikkelaar werden geschaad door het bestemmingsplan, onder meer door het ontbreken van kantoor- en hotelfuncties op bepaalde percelen en onduidelijkheden over waterkeringen en groenbestemmingen. De Afdeling oordeelde dat haar plannen onvoldoende concreet waren om bij het plan rekening mee te houden en dat de raad in redelijkheid had gehandeld. Het beroep van appellante sub 2 werd ongegrond verklaard.
De Afdeling vernietigde het bestemmingsplan voor zover het parkeren op de grindstrook bij appellant sub 1 niet toestond en bepaalde dat het plan moest worden aangepast. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant sub 1. De uitspraak trad in de plaats van het bestreden besluit voor het vernietigde onderdeel.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt gedeeltelijk vernietigd en aangepast om parkeren op de grindstrook bij appellant sub 1 toe te staan.