ECLI:NL:RVS:2019:1884
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E.M. Polak
- B.P.M. van Ravels
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vergoeding planschade door verbreding A44 en brug over Oude Rijn vastgesteld op 11.800 euro
De minister van Infrastructuur en Waterstaat kende aan appellant een schadevergoeding van €5.500 toe wegens waardevermindering van zijn woning door de verbreding van de A44 en de brug over de Oude Rijn. Appellant stelde dat de waardevermindering hoger was en dat een drempel van 5% voor het normaal maatschappelijk risico onjuist was. De schadecommissie taxeerde de waardevermindering op €37.000, wat 5,87% van de woningwaarde vlak voor het Tracébesluit was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de verbreding van de snelweg een normale maatschappelijke ontwikkeling is, maar dat de omvang en aard van de plannen niet volledig in de ruimtelijke structuur past vanwege de sloop van omliggende woningen. Daarom is een drempel van 4% passend in plaats van 5%. De waardevermindering bleef hoger dan deze drempel, waardoor appellant recht heeft op een vergoeding van €11.800 plus wettelijke rente.
Verder wees de Afdeling het beroep van appellant af dat de WOZ-waarde een andere waardedaling zou aantonen, omdat de taxatie in het kader van planschade en de WOZ-taxaties verschillende normen hanteren. De Afdeling vernietigde het eerdere besluit van de minister en bepaalde dat de minister de proceskosten en griffierecht aan appellant moet vergoeden.
De uitspraak bevestigt dat bij planschadevergoeding de beoordeling van het normaal maatschappelijk risico en de waardering van schade zorgvuldig moet worden gemotiveerd en dat afwijkingen in ruimtelijke structuur kunnen leiden tot aanpassing van de drempel voor vergoeding.
Uitkomst: De minister moet appellant een schadevergoeding van €11.800 plus wettelijke rente toekennen wegens waardevermindering door de verbreding van de A44 en brug over de Oude Rijn.