ECLI:NL:RVS:2019:1885
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Toestemming weigering kirpan dragen op school wegens veiligheidsbeleid is gerechtvaardigd
De locatiedirecteur van een openbare middelbare school weigerde toestemming voor het dragen van een kirpan, een religieuze dolk, vanwege het veiligheidsbeleid dat wapens en voorwerpen met wapenkarakter verbiedt. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de leerling inmiddels was ingeschreven bij een andere school waar het dragen wel was toegestaan.
In hoger beroep stelde appellant dat het beroep wel ontvankelijk moest worden verklaard omdat de inschrijving bij de andere school een tijdelijke oplossing was en de leerling de intentie had terug te keren zodra het dragen van de kirpan werd toegestaan. De Raad van State oordeelde dat appellant wel degelijk een actueel belang had en vernietigde het vonnis van de rechtbank.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog vervolgens inhoudelijk dat het verbod op het dragen van de kirpan een gerechtvaardigde beperking van de godsdienstvrijheid vormt. Het veiligheidsbeleid is gebaseerd op wettelijke bepalingen en gericht op het voorkomen van wapengebruik op school. De beperking is proportioneel en noodzakelijk in een democratische samenleving.
Ook de beroepgrond dat het verbod in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod faalde, omdat het beleid neutraal en objectief gerechtvaardigd is. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de Stichting tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om toestemming voor het dragen van een kirpan op school wordt afgewezen als gerechtvaardigde beperking van de godsdienstvrijheid.