ECLI:NL:RVS:2019:1908
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel en toekenning schadevergoeding aan vreemdeling
Bij besluit van 31 januari 2019 werd aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De rechtbank Den Haag verklaarde het tegen dit besluit ingestelde beroep op 14 februari 2019 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 13 juni 2019 dat het hoger beroep kennelijk gegrond is, mede gelet op eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond verklaard.
De vrijheidsontnemende maatregel werd met ingang van de uitspraak opgeheven. Tevens werd aan de vreemdeling een schadevergoeding van €10.640 toegekend over de periode van 31 januari tot en met 12 juni 2019. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.536, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven en een schadevergoeding toegekend.