ECLI:NL:RVS:2019:1931
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- H. Bolt
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en weigering exploitatievergunning coffeeshop wegens slecht levensgedrag
De burgemeester van Rotterdam trok op 19 april 2017 de exploitatievergunning voor een coffeeshop in en verklaarde deze gesloten vanwege het aantreffen van grote hoeveelheden hennep en hasj in de bovenwoning en de woning van de exploitant. Dit werd gezien als overschrijding van de gedoogde maximumhoeveelheid van 500 gram en als slecht levensgedrag. De exploitant maakte bezwaar, maar deze werden ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam bevestigde deze besluiten, waarna de exploitant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De exploitant voerde aan dat de voorraad buiten de coffeeshop niet meegeteld mocht worden, dat hij was vrijgesproken door de strafrechter en dat de eis van 'niet in enig opzicht van slecht levensgedrag' rechtsonzeker is. De Raad van State oordeelde dat de burgemeester terecht de voorraad in de woning als handelsvoorraad kon rekenen, dat de strafrechtelijke uitspraken de bestuursrechtelijke bevoegdheid niet beperken en dat de eis niet rechtsonzeker is.
De Raad van State stelde vast dat de hoeveelheden hennep en hasj in de woning de toegestane handelsvoorraad aanzienlijk overschrijden, wat de openbare orde en het woon- en leefklimaat in gevaar brengt. De exploitant kon onvoldoende aannemelijk maken dat de voorraad niet aanzienlijk was. Ook het betoog over de Dienstenrichtlijn werd afgewezen wegens strijd met de goede procesorde.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank Rotterdam. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de exploitatievergunning en weigering van een nieuwe vergunning voor de coffeeshop wordt bevestigd wegens slecht levensgedrag.