ECLI:NL:RVS:2019:1939
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning ligplaatsen onder Sumatrabrug en in stand laten rechtsgevolgen
De zaak betreft het beroep van een onderneming tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouder van Leiden om vergunningen te verlenen voor het innemen van ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen, waaronder sleepboten en dekschuiten. Na eerdere vernietiging van een besluit uit 2017 wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht, verleende het college op 12 juni 2018 opnieuw vergunningen voor vier ligplaatsen, waarvan twee onder de Sumatrabrug.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de ligplaatsen onder de Sumatrabrug in het nieuwe besluit niet opnieuw zijn vergund, terwijl er voldoende diepgang is. Daarom is het besluit van 12 juni 2018 vernietigd. Het college stelde dat het beleid van de gemeente ligplaatsen onder bruggen niet langer toestaat en dat dubbelliggen buiten het centrum onwenselijk is.
De Afdeling erkent de beleidsvrijheid van het college en acht het gewijzigde beleid niet onredelijk. Er is een alternatieve oplossing geboden met ligplaatsen nabij de Sumatrabrug. Ook de bezwaren over diepgang en bedrijfseconomische nadelen wegen niet zwaar genoeg om het besluit onredelijk te achten. Daarom blijven de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.
Ten slotte is het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de appellant.
Uitkomst: Het besluit van 12 juni 2018 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.