ECLI:NL:RVS:2019:194
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering handhaving parkeren en laden/lossen op perceel met bestemming Tuinen
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad om handhavend op te treden tegen parkeren en laden en lossen op een verharde strook met de bestemming 'Tuinen' naast zijn woning. Het college wees dit verzoek af, waarna ook het bezwaar en het beroep bij de rechtbank ongegrond werden verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het college een onjuiste uitleg gaf aan de bestemming 'Tuinen' door tijdelijk laden, lossen en kort parkeren toe te staan zonder dat dit gebruik planologisch getoetst werd op de ruimtelijke uitstraling en intensiteit. De Afdeling stelt dat het gebruik van de strook als verlengstuk van het bedrijf niet is toegestaan.
Echter, op basis van foto’s van verschillende data in 2018 kon niet worden vastgesteld dat de strook daadwerkelijk als verlengstuk van het bedrijf werd gebruikt. Daarom laat de Afdeling de rechtsgevolgen van het besluit van het college in stand, maar vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt de eerdere uitspraak en het besluit, maar handhaaft de rechtsgevolgen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit en de uitspraak vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.