ECLI:NL:RVS:2019:1940
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens ontbreken aanleiding tot ongeregeldheden
Op 4 mei 2017 legde de burgemeester van Putten appellant een last onder dwangsom op wegens het veroorzaken van ongeregeldheden door uitdagend gedrag nabij een kerk. Dit volgde op een aanhouding van appellant op 30 april 2017 wegens het verstoren van een kerkdienst en openbare orde. De burgemeester handhaafde dit besluit op 1 december 2017, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank Gelderland. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State onderzocht het mutatierapport en politierapport waarin het gedrag van appellant werd beschreven. Hoewel het gedrag van appellant als uitdagend en beledigend werd aangemerkt, ontbraken concrete aanwijzingen dat dit gedrag daadwerkelijk ongeregeldheden had veroorzaakt of dreigde te veroorzaken. De enkele verwijzing naar de 'volksaard van de Puttenaren' en het feit dat kerkgangers aangifte deden, vormden onvoldoende grond voor de last.
De Raad van State concludeerde dat de burgemeester niet bevoegd was om de last op te leggen, vernietigde het besluit van 1 december 2017 en het oorspronkelijke besluit van 4 mei 2017, en veroordeelde de burgemeester tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het besluit van de burgemeester om appellant een last onder dwangsom op te leggen wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs voor ongeregeldheden.