ECLI:NL:RVS:2019:1964
Raad van State
- Verschoning
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning van rechter wegens eerdere uitspraak
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft staatsraad Van der Beek-Gillessen, lid van de meervoudige kamer die de zaak behandelt, verzocht zich te mogen verschonen. Dit verzoek werd gedaan omdat zij eerder op 23 januari 2019 een uitspraak heeft gewezen in een voorlopige voorziening met betrekking tot dezelfde zaak. Om elke schijn van vooringenomenheid te voorkomen, achtte zij het passend zich terug te trekken.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit verzoek getoetst aan artikel 8:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en de daarin genoemde criteria omtrent rechterlijke onpartijdigheid. Gezien de motivering en de eerdere betrokkenheid van de staatsraad bij de zaak, werd het verzoek als gerechtvaardigd beoordeeld.
De Afdeling besloot daarom het verzoek tot verschoning toe te wijzen. De beslissing werd op 21 juni 2019 in het openbaar uitgesproken door voorzitter Van Altena en leden Verheij en Uylenburg, in aanwezigheid van griffier Pieters.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van staatsraad Van der Beek-Gillessen wordt toegewezen.