ECLI:NL:RVS:2019:1987
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor omzetting zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht weigerde op 11 oktober 2016 de omgevingsvergunning voor het omzetten van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige woonruimte op een perceel in Utrecht. Dit besluit werd gebaseerd op het voorbereidingsbesluit 'woningvorming en omzetting' dat omzetting verbiedt tenzij na een leefbaarheidstoets blijkt dat er geen onevenredige aantasting van het woon- en leefmilieu plaatsvindt.
Appellanten, die de woning hadden gekocht om hun studerende zonen en vrienden te huisvesten, voerden aan dat de kamers al 15 jaar verhuurd werden en dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de vergunning geweigerd werd. De rechtbank oordeelde dat het college zijn beslissing met aanvullende motivering in redelijkheid kon nemen, mede gelet op de vrees voor overlast, parkeerdruk en de hoge concentratie van studentenwoningen in de buurt.
De Raad van State onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. De Afdeling benadrukt dat het college beleidsruimte heeft en dat de belangenafweging niet onredelijk is. Tevens is het beroep op het vertrouwensbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel niet gegrond omdat appellanten vooraf op de hoogte waren van de voorwaarden en het verbod op omzetting.
De uitspraak bevestigt dat het college terecht de vergunning heeft geweigerd om de leefbaarheid in de wijk te beschermen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor omzetting van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte wegens negatieve effecten op het woon- en leefmilieu.