ECLI:NL:RVS:2019:2034
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Beperking kennisneming ambtelijk verkregen informatie in hoger beroep vreemdelingenzaken
In hoger beroep tegen uitspraken van de rechtbank Den Haag in drie vreemdelingenzaken heeft de staatssecretaris stukken overgelegd die vertrouwelijke ambtelijk verkregen informatie bevatten. De staatssecretaris verzocht op grond van artikel 8:29, derde lid, Awb dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak kennis zou mogen nemen van deze stukken.
De Afdeling heeft een belangenafweging gemaakt tussen het belang van de vreemdelingen om alle relevante informatie in te zien en het belang van bronbescherming en vertrouwelijkheid van de ambtelijk verkregen informatie. De Afdeling oordeelt dat de vertrouwelijkheid en bronbescherming zwaarder wegen dan het belang van de vreemdelingen om de stukken in te zien.
Daarom acht de Afdeling het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd en wijst dit toe. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige geheimhoudingskamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 27 juni 2019.
Uitkomst: Verzoek tot beperking van kennisneming van vertrouwelijke ambtelijke stukken wordt toegewezen.