ECLI:NL:RVS:2019:2053

Raad van State

Datum uitspraak
29 mei 2019
Publicatiedatum
27 juni 2019
Zaaknummer
201601893/3/R2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J. Kramer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 HabitatrichtlijnArt. 19e Nbw 1998Art. 19f Nbw 1998Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vergunning veehouderij wegens strijd met Habitatrichtlijn en Natuurbeschermingswet

Het college van gedeputeerde staten van Groningen verleende op 7 april 2016 een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 aan een veehouderij te Uithuizen. Deze vergunning berustte op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en de daarbij behorende passende beoordeling.

Appellanten, Natuur en Milieufederatie Groningen en Stichting de Beer is Los, stelden beroep in tegen deze vergunning. Zij voerden aan dat de vergunning niet had mogen worden verleend onder verwijzing naar de passende beoordeling van het PAS, omdat deze niet voldoet aan artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde op 29 mei 2019 dat de passende beoordeling die aan het PAS ten grondslag ligt niet voldoet aan de eisen van artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn. Hierdoor kan een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet niet worden verleend onder verwijzing naar deze passende beoordeling.

De Afdeling verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van het college van gedeputeerde staten. Tevens werd het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de correcte procedure, waaronder het opstellen van een ontwerpbesluit en het ter inzage leggen daarvan. Proceskosten werden niet toegewezen.

Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening aan de veehouderij is vernietigd wegens strijd met de Habitatrichtlijn en Natuurbeschermingswet.

Uitspraak

201601893/3/R2.
Datum uitspraak: 5 juni 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen:
Natuur en Milieufederatie Groningen, gevestigd te Groningen, en Stichting de Beer is Los, gevestigd te Eemsmond,
appellanten,
en
het college van gedeputeerde staten van Groningen,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 7 april 2016, kenmerk 583493, heeft het college een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nbw 1998) verleend aan de veehouderij [locatie] te Uithuizen.
Tegen dit besluit hebben NMF en de Stichting beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het college heeft bij het bestreden besluit vergunning verleend voor een veehouderij die stikstofdepositie veroorzaakt op stikstofgevoelige natuurwaarden in Natura 2000-gebieden. Het college heeft daarbij toepassing gegeven aan het Programma Aanpak Stikstof 2015-2021 (hierna: PAS) en de daarbij behorende regelgeving die vanaf 1 juli 2015 van kracht is. De vergunning kan volgens het college worden verleend onder verwijzing naar de passende beoordeling die voor het PAS is opgesteld. Met de toepassing en uitvoering van het PAS is volgens het college gewaarborgd dat de stikstofdepositie die de veehouderij zal veroorzaken niet zal leiden tot een aantasting van de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden.
2. De strekking van het beroep is - kort gezegd - dat de vergunning niet kon worden verleend onder verwijzing naar de passende beoordeling die voor het PAS is gemaakt, omdat de passende beoordeling en het PAS niet voldoen aan artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn.
3. De Afdeling heeft in de uitspraak van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, geoordeeld dat de passende beoordeling die aan het PAS ten grondslag ligt niet voldoet aan de eisen die uit artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn voortvloeien. Verder heeft zij geoordeeld dat Nbw-vergunningen niet kunnen worden verleend onder verwijzing naar de passende beoordeling die ten grondslag is gelegd aan het PAS.
4. Het voorgaande betekent dat het college de vergunning voor de veehouderij niet kon verlenen onder verwijzing naar de passende beoordeling die voor het PAS is gemaakt. Het bestreden besluit is genomen in strijd met de artikelen 19e en 19f van de Nbw 1998. De overige beroepsgronden behoeven thans geen bespreking.
5. Het beroep is kennelijk gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd.
6. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, kan het college voor het alsnog te nemen besluit op de aanvraag niet terugvallen op de eerder gevoerde procedure. Het college dient eerst een ontwerpbesluit op te stellen en ter inzage te leggen.
7. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het beroep gegrond;
II. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Groningen van 7 april 2016, kenmerk 583493;
III. gelast dat het college van gedeputeerde staten van Groningen aan Natuur en Milieufederatie Groningen en Stichting de Beer is Los het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 334,00 (zegge: driehonderdvierendertig euro) vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.
Aldus vastgesteld door mr. J. Kramer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.
w.g. Kramer w.g. Verbeek
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2019