ECLI:NL:RVS:2019:2074
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd buiten behandeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat de uitspraak van de rechtbank niet direct uitgevoerd hoeft te worden. De vreemdeling gaf een schriftelijke uiteenzetting.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in stand zal blijven en gaf daarom de voorlopige voorziening toe. Hierdoor hoeft de staatssecretaris geen nieuw besluit te nemen voordat het hoger beroep is beslist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen voordat het hoger beroep is beslist.