ECLI:NL:RVS:2019:210
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tot opheffing vreemdelingenbewaring
De vreemdeling is op 30 oktober 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 26 november 2018 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening tot opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel.
De voorzieningenrechter overwoog dat een belangrijke rechtsvraag aanstaande is en dat het belang van de vreemdeling bij opheffing van de maatregel zwaarder weegt dan het belang van de staatssecretaris bij voortzetting. Daarom werd bij wijze van voorlopige voorziening de vreemdelingenbewaring per direct opgeheven. Over de schadevergoeding zal in de bodemprocedure worden beslist.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt bij wijze van voorlopige voorziening opgeheven.