ECLI:NL:RVS:2019:2115
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in vreemdelingenbewaring onrechtmatig door termijnoverschrijding
De vreemdeling werd op 31 mei 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep tegen deze bewaring op 21 juni 2019 ongegrond, maar deed dit na de wettelijke termijn van 20 juni 2019.
De vreemdeling stelde dat de uitspraak niet binnen de in artikel 94, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 gestelde termijn was gedaan en dat er geen rechtvaardiging was voor deze overschrijding. De Raad van State oordeelde dat de uitspraak inderdaad te laat was gedaan, waardoor de bewaring vanaf 21 juni 2019 onrechtmatig werd.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, en bepaalde dat de bewaring met ingang van de uitspraakdatum werd opgeheven. Tevens werd aan de vreemdeling een schadevergoeding toegekend en werden de proceskosten ten laste van de staatssecretaris vergoed.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling werd opgeheven wegens overschrijding van de uitspraaktermijn, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.