ECLI:NL:RVS:2019:2118
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 18 maart 2019 verklaarde de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 30 april 2019 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De vreemdeling werd vertegenwoordigd door een advocaat en leverde een schriftelijke uiteenzetting. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep kennelijk ongegrond, bevestigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.