ECLI:NL:RVS:2019:215
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking vergunning exploitatie discotheek wegens risico strafbare feiten
De burgemeester van Tilburg heeft op 7 juni 2017 de vergunningen voor de exploitatie van een discotheek ingetrokken op grond van de Wet bibob, omdat er een ernstig gevaar bestond dat de vergunningen zouden worden gebruikt voor strafbare feiten. Dit was gebaseerd op een zakelijk verband tussen de verzoeker en een persoon met strafrechtelijke antecedenten.
De voorzieningenrechter had eerder geoordeeld dat het zakelijk samenwerkingsverband was verbroken en dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd dat het gevaar bleef bestaan. Bij een nieuw besluit stelde de burgemeester dat uit nieuwe informatie bleek dat de betrokkene ook na de verbreking van het samenwerkingsverband betrokken bleef bij de exploitatie.
De verzoeker stelde dat de Wet bibob onduidelijk is over de termijn waarbinnen een verbroken dienstverband mee mag wegen en dat toepassing mogelijk in strijd is met de Dienstenrichtlijn en het rechtszekerheidsbeginsel. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze procedure niet geschikt was voor een inhoudelijke beoordeling van deze gronden en voerde een belangenafweging uit.
Gezien de nieuwe feiten over de betrokkenheid van de betrokkene en het belang van het voorkomen van strafbare feiten, woog het algemeen belang zwaarder dan het financiële belang van de verzoeker. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de exploitatievergunning van de discotheek wordt afgewezen.