ECLI:NL:RVS:2019:2160
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging betalingsregeling terugvordering huur- en zorgtoeslag na overlijden toeslagpartner
De zaak betreft een geschil over de betalingsregeling voor terug te betalen huur- en/of zorgtoeslag die de erven van een overledene moeten voldoen. De Belastingdienst/Toeslagen stelde een regeling vast waarbij het openstaande bedrag in 24 maandelijkse termijnen van €347, later €337, moest worden terugbetaald. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank een betalingsregeling vast met een maandbedrag van €315 over 24 maanden.
De erven betwistten de hoogte van het maandbedrag en stelden dat een lager bedrag van €135 redelijker was, omdat zij meenden nog ongeveer €2.100 te moeten terugbetalen. De Raad van State oordeelde dat de Belastingdienst/Toeslagen gehouden is aan de geldende regelgeving, die een betalingstermijn van 24 maanden voorschrijft, tenzij de betrokkene niet in staat is dit bedrag te betalen. Uit de berekening van de betalingscapaciteit bleek dat de erfgenaam voldoende draagkracht heeft om het bedrag binnen 24 maanden te voldoen.
De Raad van State zag geen reden om te twijfelen aan de juistheid van het overzicht van de Belastingdienst/Toeslagen en verwierp het beroep van de erven. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, waarmee de betalingsregeling van 24 maanden met maandbedrag €315 ongewijzigd blijft. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de betalingsregeling van 24 maanden met maandbedrag €315 wordt bevestigd.