ECLI:NL:RVS:2019:217
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 7 maart 2018 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 23 november 2018 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die haar beschermt tegen uitzetting totdat het hoger beroep is afgerond. De voorzieningenrechter oordeelde dat dit verzoek, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar is.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt in verband met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening, een bedrag van €512,00.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos en griffier G.A. van de Sluis op 25 januari 2019 in het openbaar.
Uitkomst: De vreemdeling wordt beschermd tegen uitzetting totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.