ECLI:NL:RVS:2019:2171
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omwisseling buitenlands vakbekwaamheidsdocument door RDW
Appellant vroeg de RDW om zijn in België behaalde vakbekwaamheidsdocument om te wisselen voor een Nederlands document om zijn code 95 op het rijbewijs te verlengen. De RDW weigerde dit omdat appellant niet had aangetoond dat hij tijdens de nascholingscursus in België werkzaam was. De rechtbank bevestigde deze weigering, stellende dat appellant in de periode van de nascholing geen werkzaamheden had verricht.
In hoger beroep stelde appellant dat het niet vereist is dat hij daadwerkelijk werkte tijdens de nascholing, maar dat beschikbaarheid voldoende is. Ook stelde hij dat hij een toezegging had om na de cursus voor langere tijd te worden ingezet. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de RDW de wet correct interpreteerde dat werkzaamheid tijdens de nascholing vereist is, maar dat appellant wel degelijk werkzaam was in de periode van de cursus gezien zijn verbondenheid met het uitzendbureau en de toezeggingen.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de RDW vernietigd. De RDW moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de RDW veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het besluit van de RDW en draagt op tot een nieuw besluit waarbij het vakbekwaamheidsdocument wordt omgewisseld.