ECLI:NL:RVS:2019:2185
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering noodurgentieverklaring voor woonruimte in Nijmegen
Appellant, die vanwege bedreigingen in België naar Nederland was verhuisd, vroeg om een noodurgentieverklaring voor woonruimte in Nijmegen. Het college weigerde dit omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zijn persoonlijke noodsituatie niet door hemzelf was veroorzaakt of kon worden voorkomen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
Appellant betoogde dat hij zijn woning in België onverwijld moest verlaten vanwege bedreigingen en dat hij onvoldoende financiële middelen had om een woning in ’s-Heerenberg te bezichtigen. De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde dat zijn situatie zo urgent was dat hij niet eerst vervangende woonruimte had kunnen regelen. Ook was het niet aannemelijk dat hij de bezichtiging niet kon bijwonen, mede omdat bijzondere bijstand mogelijk was.
Verder werd het beroep op artikel 8 EVRM Pro en artikel 20 VWEU Pro verworpen omdat het algemeen belang van een rechtvaardige woonruimteverdeling zwaarder woog. Het beroep op het arrest Chavez-Vilchez faalde omdat het verblijfsrecht van de echtgenote niet ter beoordeling stond. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de noodurgentieverklaring bevestigd.