ECLI:NL:RVS:2019:2197
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor dakterras in Rijksbeschermd stadsgezicht Den Haag
Op 3 april 2017 weigerde het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een omgevingsvergunning voor het maken van een dakterras op een woning in het Rijksbeschermd stadsgezicht Centrum te Den Haag. Het dakterras overschrijdt de maximale bouwhoogte van 10 meter met circa 1,40 meter en tast de cultuurhistorische waarden aan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. Appellant stelde onder meer dat het dakterras in overeenstemming was met het bestemmingsplan en dat het esthetisch beter paste dan omliggende dakterrassen. Ook voerde hij aan dat het dakterras niet zichtbaar is vanaf de straat en dat de Welstands- en monumentencommissie onvoldoende rekening hield met relevante publicaties.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de overschrijding van de bouwhoogte vaststaat en dat het college in redelijkheid het advies van de commissie kon volgen dat het dakterras een ernstige aantasting vormt van het Rijksbeschermd stadsgezicht en de cultuurhistorische waarden. De aangevoerde vergelijkingen met andere dakterrassen en de publicatie van de Erfgoedinspectie boden geen grond voor vernietiging. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het verzoek om onderzoek ter plaatse werden verworpen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.